Kasteel en kathedraal van Durham

De kathedraal van Durham werd eind 11e, begin 12e eeuw gebouwd om de overblijfselen van Sint Cuthbert (evangelist van Northumbria) en de Eerbiedwaardige Bede (christelijke monnik) te huisvesten. Dit getuigt van het belang dat werd gehecht aan de vroeg-benedictijnse kloostergemeenschap. Daarnaast geldt de kathedraal als het grootste en mooiste voorbeeld van Normandische architectuur in Engeland. De innovatieve gedurfdheid van het gewelf is een voorbode van de gotische architectuur. Achter de kathedraal staat het kasteel, een oud Normandisch fort dat het verblijf was van de prins-bisschoppen van Durham. Het belang van deze plek heeft direct te maken met de geschiedenis en het continue gebruik gedurende de afgelopen 1000 jaar.