Overslaan en naar de inhoud gaan

AI in het onderwijs

Kunstmatige intelligentie verandert hoe we doceren en hoe we leren. Dat is niet altijd makkelijk: AI in het onderwijs heeft invloed op toetsing, gelijkheid, privacy, en werkdruk. Op deze pagina lees je wat er speelt, welke hulpmiddelen UNESCO en de UNESCO Commissie hebben gemaakt, en wat je zelf kunt doen.

Wat houdt AI in het onderwijs in?

De impact van kunstmatige intelligentie is voelbaar in alle lagen van het onderwijs. Jongeren gebruiken Artificial Intelligence (AI) als creatieve sparringpartner en als hulpmiddel voor het schrijven van teksten. Docenten zetten adaptieve leertools in, en ontwikkelen lesmethoden met generatieve AI. Dit gebruik kan ook risico’s meebrengen: onjuiste informatie, afhankelijkheid, privacyproblemen of ongewenste sturing. Daarom vertrekt UNESCO vanuit een simpele norm: AI moet de mens dienen, niet andersom.

Waarom is dit belangrijk?

AI wordt nu al gebruikt door leerlingen en studenten, en steeds vaker ook door docenten, van teksthulp tot lesvoorbereiding. Tegelijk zijn de verschillen groot: sommige scholen experimenteren al volop, terwijl anderen twijfelen of terughoudend zijn. 
Die verschillen zijn niet neutraal. Als de ene leerling thuis wél goede AI-hulp gebruikt en de ander niet (of niet mág), kan dat ongelijkheid vergroten. En als instellingen geen duidelijke afspraken maken, komen keuzes terecht bij individuele docenten - bovenop een toch al hoge werkdruk.

Een voorbeeld

Een leerling levert ineens veel beter geschreven werk in. De leerling zegt eerlijk: “Ik gebruik ChatGPT om mijn zinnen te ordenen, en ik herschrijf daarna.” De docent ziet leerwinst, maar collega’s maken zich zorgen over eerlijkheid en toetsbaarheid.
De kernvraag is dan niet alleen “mag het?”, maar ook: wat willen we dat leerlingen leren, wie houdt de regie, en welke afspraken beschermen privacy en gelijke kansen?

Wat doet UNESCO, en wat doet de UNESCO Commissie?

UNESCO ontwikkelt internationale kaders om AI mensgericht en verantwoord te gebruiken, met aandacht voor mensenrechten, inclusie, transparantie, verantwoordelijkheid en het voorkomen van schade. 
 

De Nederlandse UNESCO Commissie helpt scholen, docenten en instellingen om dat te vertalen naar de praktijk: met concrete hulpmiddelen, voorbeelden en gesprekken, zodat de inzet van kunstmatige intelligentie een bewuste onderwijskeuze wordt.

We moeten het heft in eigen hand nemen wat betreft kunstmatige intelligentie. Instellingen, docenten en lerenden kunnen samen zorgen dat AI dienend is en blijft aan de mens.

Daisy Mertens

− Lid Nederlandse UNESCO Commissie −

Wat kunnen docenten, instellingen en leerlingen en studenten doen?

Voor docenten

  • Maak afspraken zichtbaar in je les en toetsing. Bespreek wat wel/niet mag en waarom (leerdoelen, eerlijkheid, transparantie).
  • Laat AI het denken niet vervangen. Gebruik het als sparringpartner of oefenhulp, maar laat leerlingen onderbouwen, reflecteren en bronnen checken.
  • Bescherm privacy. Wees terughoudend met het invoeren van persoonsgegevens of werk van leerlingen of studenten in externe tools; bespreek dit ook met hen.

Voor instellingen (schoolleiding, bestuur, onderwijsorganisaties)

  • Zet menselijke regie centraal. Leg vast wie beslist, hoe je bezwaar kunt maken, en hoe je checkt of AI eerlijk uitwerkt.
  • Voorkom ongelijkheid. Zorg dat beleid niet leidt tot: verboden voor iedereen, maar sommigen gebruiken het toch. Maak begeleiding en toegang eerlijk.
  • Investeer in training en bewustwording. Niet iedereen hoeft expert te worden, maar iedereen moet de juiste vragen kunnen stellen.

Voor lerenden (leerlingen en studenten)

  • Wees open over je gebruik. AI gebruiken kan leerzaam zijn, maar alleen als je ook kunt uitleggen wat je zelf deed en wat de tool deed.
  • Blijf kritisch. Vraag: klopt dit, waar komt het vandaan, en welke perspectieven missen?
  • Vraag om duidelijkheid. Als regels niet helder zijn, vraag dan om afspraken. Dat beschermt jou én de docent.

Bronnen en hulp

Internationaal

Nederland