De Nederlandse Unesco Commissie organiseerde voor de derde keer een groot publieksevenement rond een actueel thema binnen een van de domeinen van Unesco. Bij de editie van 2018 lag de focus op onderwijs, met een debat over de vraag ‘Is er ruimte voor Wereldburgerschap?’. De eerdere edities gingen over erfgoed in crisissituaties en kunst & wetenschap. Voor deze bijeenkomst werkte de Commissie samen met Nuffic, Hogeschool Rotterdam en dagblad Trouw. Trouw verzorgde achtergrondartikelen bij het event en organiseerde een kortingsactie voor lezers, de Hogeschool Rotterdam bood een van hun locaties aan.

Unesco-debat

Is het geven van burgerschapslessen aan kinderen voldoende of is het aanleren van competenties voor wereldburgerschap essentieel? Sprekers waren Oeso-onderzoeker Andreas Schleicher en Ron Bormans, voorzitter van het college van bestuur van de Hogeschool Rotterdam. De Oeso voert de bekende Pisa-onderzoeken uit: een mondiale vergelijking van de prestaties van 15-jarige leerlingen.

Image
Het Unesco Event 2018 over Wereldburgerschap. V.l.n.r. sprekers Ron Bormans en Andreas Schleicher en debatleider Senay Özdemir. (Foto Nederlandse Unesco Commissie | Jan Sluijter)
Het Unesco Event 2018 over Wereldburgerschap. V.l.n.r. sprekers Ron Bormans en Andreas Schleicher en debatleider Senay Özdemir. (Foto: Nederlandse Unesco Commissie | Jan Sluijter)

Schleichers betoog richtte zich op de vaardigheden die leerlingen van nu moeten aanleren, zoals bijvoorbeeld het leren onderscheid maken tussen feiten en nonsens en het leren kritisch te zijn. De leerling moet zich bewust zijn van zijn eigen culturele identiteit, en die van de ander respecteren en waarderen. En hij moet in het onderwijssysteem voldoende kansen krijgen om internationale ervaringen op te doen en interculturele relaties aan te gaan. Global competence, noemt de OECD dit: mensen moeten beschikken over mondiale vaardigheden. In 2018 is global competence voor het eerst deel van PISA. Uitslagen zijn er nog niet, maar de OECD hoopt dat de resultaten aanleiding zullen zijn om mondiaal onderwijsbeleid te actualiseren en meer ruimte te geven aan dit type vaardigheden.

Ron Bormans, collegevoorzitter van de Hogeschool Rotterdam, plaatste het begrip wereldburgerschap vervolgens in een lokaal perspectief. Hij noemde de school een dorp in de stad, waarbinnen je als student kunt oefenen met de vaardigheden die je in het werkende leven van pas komen – wanneer de samenleving een appèl doet op dat wat jij hebt geleerd. En daarbij zijn het mondiale en het lokale perspectief helemaal geen tegenstelling – eigenlijk zijn het twee kanten van dezelfde medaille: het zijn dezelfde vaardigheden die je nodig hebt.