Laat-barokke steden van Val di Noto (Zuidoost-Sicilië)

Caltagirone, Militello Val di Catania, Catania, Modica, Noto, Palazzolo, Ragusa en Scicli zijn de acht steden in het zuidoosten van Sicilië die na 1693 stuk voor stuk werden herbouwd op of naast bestaande steden ten gevolge van de aardbeving die plaatsvond in dat jaar. Ze vertegenwoordigen een aanzienlijke collectieve onderneming, met succes uitgevoerd op een hoog architectonische en artistiek nivau. De stedengroep vertegenwoordigt het hoogtepunt en de laatste bloei van de barokke kunst in Europa. De steden verbeelden daarnaast onderscheidende innovaties op gebied van ruimtelijke ordening en stedenbouw, met inachtneming van de late-barokstijl van toen.