Overslaan en naar de inhoud gaan

Advies Raad voor Cultuur: draag ‘Pride Amsterdam’ voor bij UNESCO

Martijn van Eck 29 april 2026

De Raad voor Cultuur (RvC) adviseert de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap om ‘Pride Amsterdam’ te nomineren voor UNESCO’s Internationale Lijst van Immaterieel erfgoed.

De Raad voor Cultuur (RvC) adviseert ‘Pride Amsterdam’ te nomineren voor UNESCO’s ‘Representatieve lijst van het immaterieel cultureel erfgoed van de mensheid’. Dat staat in een advies aan Rianne Letschert, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Vorige maand maakte de RvC al een selectie bekend van vijf kansrijke erfgoedelementen. Daarop vroeg de minister de raad om een vervolgadvies over de uiteindelijke keuze voor de voordracht bij UNESCO in 2027.

Welke keuzes waren er?

Eerder koos de RvC vijf erfgoedelementen die in aanmerking kwamen:

  • De herdenking van het Leidens Ontzet in 1574
  • Heggenvlechten
  • Het Fanfareorkest
  • Pride Amsterdam
  • Woonwagencultuur

Waarom de keuze voor Pride?

‘Het Fanfareorkest’ valt op dit moment af. Daarvoor is een multinationale voordracht samen met België logisch en wenselijk. Om dit af te stemmen is er te weinig tijd. De RvC adviseert daarom ‘Het Fanfareorkest’ niet in deze ronde voor te dragen. 

De raad onderzocht ook welke elementen nog niet op de UNESCO-lijst voorkomen. Stadfeesten zoals het Leidens Ontzet staan er al wel op. Ambachtelijke tradities gericht op duurzaamheid zoals Heggenvlechten ook. Maar iets zoals Pride Amsterdam of Woonwagencultuur nog niet.

Uiteindelijk koos de RvC tussen die twee. De keuze viel op Pride Amsterdam, omdat Nederland internationaal bekend staat als voorloper op het gebied van gendergelijkheid, queer-emancipatie en seksuele vrijheid. Zo’n voortrekkersrol heeft ons land niet bij Woonwagencultuur. Het belang van Woonwagencultuur is groot, maar de argumenten voor Pride Amsterdam wegen zwaarder.

Wat gebeurt er nu?

De RvC stelt voor om de naam in het nominatiedossier te veranderen naar 'Pride'. Zo kan Nederland een leidende rol spelen en kunnen andere landen later aansluiten.

De minister beslist uiteindelijk of ze Pride voordraagt. Stichting Pride Amsterdam stelt het nominatiedossier op, met hulp van het Kenniscentrum Immaterieel Erfgoed Nederland. UNESCO beslist daarna of het op de lijst komt. Uiteindelijk besluit UNESCO over opname op de Representatieve lijst.