Alles van waarde maakt weerbaar
Schrijver en activist Bregje Hofstede schreef een column in opdracht van de Actiedagen Weerbaar Erfgoed.
Een weekend in Parijs. Ik flaneerde langs frisgroene bomen, volle terrassen en van die ouderwetse kiosken, achthoekig en donkergroen gelakt, met kranten vol oorlog en genocide, ongewone droogte en nucleaire paraplus. En ik ging musea bezoeken. Het leek me frivool, en tegelijk ook niet.
Aan de Seine bekeek ik, in het Institut du Monde Arabe, allerlei schatten uit de Arabische cultuur, waaronder ook de volledige uitrusting waarmee een Tuareg de Sahara doorkruist. Er was een houten frame dat precies om de bult van een dromedaris past, en waaraan leren tassen hingen met alleen het hoognodige, tot die vorm gekomen na eeuwen perfectioneren. Alles was draagbaar. En alles was heel uitgebreid versierd.
“In de woestijn zijn water en voedsel onmisbaar”, luidde het tekstbordje, “maar net zo belangrijk is een sterke culturele en spirituele identiteit. De verfijnde decoratie moet zorgen dat de reizigers hun weg niet verliezen, in elke zin van het woord.”
De weefsels en het houtsnijwerk bevatten cruciale informatie, voor wie ze weet te lezen. Ze leggen vast wat er van belang is, waar je heen moet. Eigenlijk is versiering het woord niet voor zoiets elementairs. Misschien is sturing een betere term. Of bezieling.
Laatst kreeg ik een overheidsfolder in de bus met instructies voor een noodpakket. Braaf kocht ik een waterfilter, radio, blikvoer. Het staat allemaal in een rugzakje klaar, want je moet kunnen bewegen. De folder repte van warmte, water, voedsel. Niet van versiering.
Maar stel, een cyberaanval of een bom legt alles plat. Of stel, de dijken breken. Ik overleef het, en dan sta ik daar, met mijn dochter, een slaapzak en mueslirepen. De wereld ziet er anders uit. En dan? Hoe dragen we verdriet, waar vinden we troost en richting? Wat is ons culturele noodpakket?
Toen ik als veertienjarige koos voor alfavakken, dreigde mijn scheikundeleraar uit protest in zijn slaapzak voor mijn deur te gaan liggen tot ik bij zinnen kwam. Cultuur vond hij een verspilling van talent. Sympathiek, maar overbodig. Kunst kun je doen in tijden van overvloed, maar als de hemel betrekt, investeren we in defensie. Het laatste waar je bij ‘weerbaarheid’ aan denkt, is waarschijnlijk: erfgoed.
Tegelijk is dat vaak wel het eerste dat, in een oorlog of bij een machtsgreep, wordt aangevallen. Niet voor niets begingen de Nazi’s vanaf het moment van hun machtsovername grootschalig vandalisme. Duizenden kunstwerken en talloze boeken werden geconfisqueerd of vernietigd, en de eerste groepen die werden geviseerd waren kunstenaars, wetenschappers, en intellectuelen. Niet voor niets vernietigt ISIS Palmyra en de Taliban de Buddha’s van Bamiyan. Niet voor niets richt Trump zijn pijlen op musea en bibliotheken.
Als het gaat om strategische doelen, staat cultuur bovenaan. Waarom dan niet als het gaat om weerbaarheid?
De filosofe Simone Weil, die tijdens de oorlog werkte voor het Franse verzet, kreeg de opdracht om uit te denken hoe haar land er na de oorlog uit zou moeten zien.
Ze begon niet over economie of het leger. Het allereerste wat Frankrijk en het vrije Westen moesten doen, en ‘het belangrijkste probleem van deze tijd’, schreef ze, was uitzoeken welke dingen essentieel zijn voor het leven van de ziel. Als we die dingen verwaarlozen, verzuimen we een bron van kracht. Ze zag dit als belangrijke reden waarom haar land zo snel onder de voet gelopen was.
Tot de basisbehoeftes van de ziel rekende ze ook erfgoed. Het verzamelde inzicht van onze voorgangers is de humuslaag die de ziel voedt, en die elke mens nodig heeft om in te wortelen. Zonder die bodem kan een mens zich niet schrap zetten.
Als je kijkt naar rampgebieden, dan blijkt de veerkracht die mensen tonen voor een groot deel afhankelijk van hoe goed ze zijn ingebed. Sta je daar alleen, met je knijpkat en je waterfilter, of heb je gezelschap? Het helpt om verbonden te zijn, als dingen moeilijk worden. Niet alleen met de levenden, maar ook met de doden.
Er ademen op dit moment acht miljard mensen. Maar dat is niet de mensheid. Wij levenden kijken hier nu rond, maar wij zijn de periscoop die gedragen wordt door een onderzeeër van pakweg honderdtien miljard doden. Je ziet ze niet, ze zijn verzonken, maar zij bepalen de koers. Het huis waarin ik woon is door hen gebouwd, het slaapliedje dat ik voor mijn dochter zing is door hen verzonnen, de heilige boeken door hen geschreven, musea door hen gevuld. Zij vertellen ons wat mooi en belangrijk is. Ze geven ons richting, zelfbewustzijn, en hoop. We hebben hen nodig. Niet voor niets heeft oorlog vaak twee componenten: barbarij, het doden van de levenden, en vandalisme, het doden van de doden. Beide bedreigen de mens.
De verbinding tussen de doden en de levenden heet erfgoed. En dat is kwetsbaar. Perkament verkruimelt, verf verkleurt, hout verbrandt, datacentra worden gehackt.
Terwijl ik, in Parijs, keek naar de uitbundig versierde tas van een Touareg-nomade, besloot ik om een paar dingen toe te voegen aan mijn noodpakket. Een uitgave van Etty Hillesum. Een schelp versierd met kalligrafie. De trui die mijn grootmoeder breide.
Alles van waarde maakt weerbaar.
Bio Bregje Hofstede
Bregje Hofstede (1988) is een veelzijdige en veelgeprezen schrijver en activist. Ze is actief binnen XR en is mede-oprichter van feministische actiegroep De Bovengrondse en Stichting Nationaal Heksenmonument. Hofstede debuteerde in 2014 met de roman De hemel boven Parijs, die werd genomineerd voor o.a. de Libris Literatuur Prijs, de Anton Wachterprijs en de Gouden Boekenuil. Haar tweede roman Drift (2018) haalde de shortlist van de Libris Literatuur Prijs 2019. Daarnaast publiceerde ze de essaybundel De herontdekking van het lichaam: over de burn-out (2016) en het non-fictie boek Slaap vatten: hoe een slapeloze de nacht terugwon (2020), evenals het wandelverhaal Bergje (2021) en de pornografische novelle December (2022). Haar nieuwste roman Oersoep verscheen op 18 oktober 2023 bij Das Mag en is lovend ontvangen. Voor De Correspondent schrijft Hofstede over nieuw feminisme.