Onderwijsinspectie: onderwijskansen voor nieuwkomers schieten tekort
Dat ieder kind recht heeft op onderwijs, wordt in Nederland als iets vanzelfsprekends beschouwd. Toch is de werkelijkheid anders, zo laat de onderwijsinspectie zien in De staat van het onderwijs (2026). Voor nieuwkomers in Nederland is de weg naar en door het onderwijs vol obstakels.
De Nederlandse UNESCO Commissie heeft aangekondigd het nieuwkomersonderwijs in de periode 2026–2027 nader te onderzoeken. Daarbij richt zij zich onder meer op de mate waarin het onderwijsstelsel erin slaagt om nieuwkomers duurzaam te integreren, hoe de aansluiting met het reguliere onderwijs verloopt en of scholen voldoende zijn toegerust. De analyse van de inspectie onderstreept het belang van deze agenda en biedt een duidelijke basis om deze vragen verder te verdiepen.
De inspectie stelt namelijk opnieuw vast dat Nederland er onvoldoende in slaagt om nieuwkomers ontwikkelkansen te bieden. Het zou zo moeten zijn dat mensen, wanneer ze in een nieuw land terechtkomen – en ongeacht of ze over papieren beschikken – altijd toegang hebben tot onderwijs. Het is helaas niet voor het eerst dat de inspectie dit vaststelt. Daarmee voldoet Nederland niet aan zijn eigen geldende wettelijke normen, en niet aan internationale verdragen waaronder het Internationale Verdrag voor de Rechten van het Kind.
Knelpunten in het nieuwkomersonderwijs
Een belangrijk knelpunt is het ontbreken van regie en overzicht. Het is niet voldoende duidelijk welke kinderen waar en voor hoe lang ergens verblijven. En er is niemand verantwoordelijk voor het verzamelen van informatie over gemiste onderwijstijd door verhuizingen. Dus als een kind van school wisselt, moet vaak opnieuw in kaart gebracht worden wat het gemist heeft. Ook ontbreekt in die gevallen vaak een goede overdracht van informatie. Hierdoor moeten scholen regelmatig opnieuw beginnen met het bepalen van het niveau en de behoeften van een leerling. Ook is niet duidelijk wie ervoor moet zorgen dat een kind zo snel mogelijk naar school gaat. Dat is nu sterk afhankelijk van individuen, iedereen doet een stukje. Maar daarmee is het van personen of situaties afhankelijk of een kind kan deelnemen aan onderwijs. Deze knelpunten werken door in de schoolloopbanen van nieuwkomers. De inspectie signaleert dat zij minder vaak doorstromen naar het reguliere primair en voortgezet onderwijs, en relatief vaker terechtkomen in het speciaal basisonderwijs (sbo) en het voortgezet speciaal onderwijs (vso).
Goede voorbeelden uit andere landen
De inspectie plaatst de bevindingen nadrukkelijk in internationaal perspectief. Op basis van richtlijnen van UNESCO benadrukt zij het belang van tijdige toegang tot onderwijs, veilige en passende leeromgevingen van voldoende kwaliteit, soepele overgangen en erkenning van eerder opgedane kennis. Deze elementen vormen volgens de inspectie de basis voor duurzaam en inclusief onderwijs aan nieuwkomers. Een rondgang langs Europese inspecties laat handelingsopties zien. Zo experimenteren andere landen bijvoorbeeld met alternatieve vormen van examinering (waar de taal minder een hindernis is), het vergemakkelijken van de toegang tot beroepsonderwijs of met het maken van een onderwijspaspoort waarin de onderwijstijd, kennis en vaardigheden kunnen worden vastgelegd.
De bevindingen van de inspectie laten zien dat er nog stappen nodig zijn om nieuwkomers gelijke kansen te bieden in het onderwijs. Dit is voor de Commissie aanleiding om dit onderwerp verder te onderzoeken.
Daisy Mertens
− Lid Nederlandse UNESCO Commissie −