Advies: Bescherm vrijheid en veiligheid wetenschappers
De academische vrijheid en de veiligheid van wetenschappers staan onder druk, zowel in Nederland als elders. De Nederlandse Unesco Commissie roept de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap daarom op de wetenschap beter te beschermen.
1. Wees ‘alert op afstand’: bewaak de academische vrijheid met behoud van autonomie
Academische vrijheid betekent dat wetenschappers vrij hun onderzoek kunnen verrichten, onderwijs kunnen geven en hun bevindingen kunnen delen, zonder inmenging van de overheid, de politiek of andere externe partijen. Op deze manier kunnen wetenschappelijke vragen onafhankelijk worden geformuleerd, en kan onderzoek en onderwijs ook maatschappijkritisch zijn. Daarvoor is het belangrijk dat de Nederlandse overheid academische vrijheid niet actief reguleert.
Maar de minister heeft wel een verantwoordelijkheid. Hij kan namelijk de autonomie van instellingen beschermen, zodat zij zelf de grenzen van de academische vrijheid blijven bepalen. Bijvoorbeeld door zich fel te verzetten wanneer politici oproepen tot het actief ingrijpen in de te behandelen stof in het hoger onderwijs of het gebruiken van financiële middelen als pressiemiddel naar Amerikaans voorbeeld.13 Hij moet daarom telkens opnieuw verklaren dat instellingen verantwoordelijkheid dragen voor de bescherming van deze vrijheid en dat zij ons vertrouwen verdienen bij het faciliteren van maatschappelijk relevant en fundamenteel, vrij onderzoek.14 Landen als Chili en Tsjechië, die hoog scoren op het gebied van academische vrijheid, laten zien hoe belangrijk de institutionele autonomie van universiteiten en onderzoeksinstituten kan zijn.15
Academische vrijheid is een levend begrip, dat aan verandering onderhevig is. Elke instelling bepaalt zelf waar de grenzen van academische vrijheid precies liggen. De minister kan besturen van universiteiten en onderzoeksinstituten aanmoedigen met hun gemeenschap en hun medezeggenschapsorganen in dialoog te treden om tot een eigen, duidelijke definitie van academische vrijheid te komen.16 Dan kan vervolgens in statuten, plannen, en trainingen worden omschreven hoe de instelling de academische vrijheid beschermt en hoe medewerkers en studenten hieraan kunnen bijdragen.17
Tegelijk staan universiteiten en onderzoeksinstituten middenin de samenleving. Academische vrijheid bestaat daarom niet zonder verantwoordelijkheid. Inwoners zijn soms terecht kritisch op de wetenschap, omdat niet alle gedane ontdekkingen de mensheid ten goede komen. Sommige vormen van onderzoek en sommige samenwerkingsrelaties – zoals in het geval van projecten aangaande autonome wapensystemen of surveillancetechnologie – kunnen leiden tot toepassingen die een vreedzamere wereld in de weg zitten. Wetenschappers moeten zich constant bewust zijn van de maatschappelijke gevolgen van hun werk. Zij kunnen hier actief mee aan de slag door open wetenschap te bedrijven. Dat betekent dat zij op transparante wijze kennis ontwikkelen die voor iedereen herleidbaar en controleerbaar is. Ook kunnen onderzoeksvragen in co-creatie met inwoners worden ontwikkeld, om tot projecten te komen die werkelijk bijdragen aan de welvaart en menselijk welzijn.18
Als het om de academische vrijheid gaat, laat de wetenschap zich niet beperken door nationale grenzen. Dit betekent dat wetenschappers uit Nederland onaanvaardbaar kunnen worden belemmerd wanneer zij voor hun werk in het buitenland zijn. Maar ook dat buitenlandse actoren of overheden hen in hun werk in Nederland kunnen dwarszitten.19 De minister kan zorgen dat de regering stelling neemt wanneer nodig, en instellingen in Nederland adviseren hoe zij hun medewerkers kunnen beschermen.
13 ScienceGuide, ‘BBB en JA21 eisen…’; Trouw, ‘Een jaar van Gaza-protest…’.
14 De minister heeft zich al meerdere keren op dergelijke wijze uitgelaten, bijvoorbeeld in antwoord op vragen van NTR Wetenschap naar aanleiding van de uitzending ‘De wetenschap in de vuurlinie van Trump’. Overigens kunnen de academische vrijheid en kennisveiligheid elkaar bijten. Het is mogelijk dat omwille van de nationale veiligheid, internationale samenwerking met onderzoekers uit sommige landen op bepaalde thema’s (tijdelijk) aan banden moet worden gelegd. Hierin zal de overheid soms kaders moeten stellen. Toch is het voor de academische vrijheid wenselijk dat ook hier zelfregulering door de instellingen centraal staat, zoals de Nationale leidraad kennisveiligheid stelt. Nationale leidraad kennisveiligheid: Veilig internationaal samenwerken (2022).
15 In Latijns-Amerika lijkt institutionele autonomie zelfs beter verzorgd dan academische vrijheid voor individuele medewerkers van instellingen. Juist daarom is het belangrijk dat universiteiten en onderzoeksinstituten tot een definitie van academische vrijheid komen die wordt gedragen door hun gemeenschap. Andrés Bernasconi, ‘Latin America: Weak academic freedom within strong university autonomy’, Global Constitutionalism (2025) 14: 96-117.
16 De European University Association kwam al eerder met een dergelijk advies aan Europese universiteiten. EUA, How universities…, p. 6. Ook het rapport voor de UvA van de Commissie Stolker benadrukte het belang van het betrekken van de gehele universitaire gemeenschap bij het definiëren, uitdragen en beschermen van de academische vrijheid. Janka Stoker, Carel Stolker en Berteke Waaldijk, Krachtig en kwetsbaar: Academische vrijheid in de praktijk (2023).
17 Aan de Universiteit Leiden werd vorig jaar bijvoorbeeld een rapport afgerond over academische vrijheid dat moest helpen een ‘Leidse lijn’ te bepalen. Kernteam Academische Vrijheid, Academische vrijheid: een Leidse lijn (2024).
18 Een opvatting van open wetenschap die in lijn is met Unesco’s breed gedragen definitie van Open Science.
19 Een actueel voorbeeld zijn de ‘vragenlijsten’ uit de Verenigde Staten, die door een meerderheid van de Eerste Kamer kortgeleden nog als een onaanvaardbare inperking van de academische vrijheid werden gezien. In 2019 gaf hoogleraar Koreastudies Remco Breuker aan hoe ver de beïnvloeding van staten en bedrijven kan gaan. Remco Breuker, ‘De academische vrijheid, zeker die van mij, staat onder zware druk (en de politiek kijkt weg)’, Mare (2019).